• Theorie (Nederlands)

    • Hondentraining bij Van Stal: Meer dan Alleen ‘Zit’

      Bij Van Stal Hondenschool draait hondentraining om veel meer dan commando’s zoals zitten, liggen of volgen. Hoewel het leuk is om deze basisvaardigheden aan te leren, zijn ze slechts een klein onderdeel van wat je hond nodig heeft om goed te functioneren in het dagelijks leven. 

      Wij richten ons op het begrijpen van je hond: zijn gedrag, zijn behoeften en hoe hij de wereld ervaart. Ons doel is om jou en je hond te leren samenwerken en elkaar écht te begrijpen. 

      Onze visie op hondentraining 

      • Inzicht in gedrag: Leren hoe je hond denkt en leert, zodat je hem effectief kunt begeleiden en ongewenst gedrag voorkomt. 
      • Zelfstandigheid: Je hond leren zelf goede keuzes te maken, in plaats van te vertrouwen op constante aanwijzingen. 
      • Hondentaal begrijpen: Door lichaamstaal te herkennen, begrijp je beter wat je hond je vertelt en hoe hij met andere honden communiceert. 
      • Rust en balans: Een mentaal stabiele hond is relaxter en prettiger in de omgang. 
      • Omgaan met uitdagingen: Samen werken aan vertrouwen en vaardigheden om dagelijkse prikkels en situaties te kunnen hanteren.
    • Eén van de meest besproken onderwerpen over honden is de term “dominantie”. In dit artikel gaan we hier dieper op in om te kijken wat dit nu precies is en welke invloed dit heeft op moderne trainingstechnieken.

      Oorsprong van dominantie

      Onze moderne huishond is ontstaan na een lang proces van domesticatie van de wolf. Daarom werd er veel onderzoek gedaan naar wolven om zo het gedrag van honden te kunnen verklaren. Tussen 1934 en 1942 deden onderzoekers onder leiding van Rudolph Schenkel onderzoek naar groepen wolven en hun onderlinge verhoudingen. Men ging ervan uit dat een roedel in het wild werd gevormd door individuele wolven die elkaar nodig hadden in moeilijke tijden. Daarom observeerde men een groep willekeurige wolven in gevangenschap, met als doel de onderlinge relaties vast te leggen en te analyseren hoe deze tot stand kwamen. In deze groep kwam het vaak tot agressieve confrontaties, waarbij uiteindelijk de sterkste overwon. Deze werd de alfa-wolf genoemd. Omdat honden van wolven afstammen, werd deze dominantie-theorie doorgetrokken naar onze huishonden.

      Veel wetenschappers namen deze conclusie over, waardoor de dominantie-theorie in stand werd gehouden. Zelfs vandaag de dag wordt de hond nog vaak beschouwd als een dier waarop dominantie-technieken toegepast moeten worden om gedragsproblemen te voorkomen.

      wolf likt de snuit van een andere wolf

      In de meeste gevallen werd de dominantie-theorie aangehaald als oplossing, omdat gedragsproblemen zouden worden veroorzaakt door de drang van de hond om hogerop te komen op de sociale ladder. Het niet gehoorzamen aan commando’s, hoger zitten (bijvoorbeeld op de bank), als eerste door de deur lopen en eerder eten dan de eigenaar, zouden allemaal tekenen zijn dat de hond probeert de mens te domineren. Om weer een gehoorzame huishond te krijgen, moest dit gedrag volgens deze theorie doorbroken worden door middel van straffen en het onderwerpen van de hond (Kovary, 1999).

      Wolvenbioloog Dr. L. David Mech kwam in de jaren 1970-1980 tot soortgelijke conclusies. Aangezien zelfs deze vooraanstaande bioloog dit stelde, werd de theorie als waarheid aangenomen.

      Kritiek op dominantie

      Laten we het oorspronkelijke onderzoek eens onder de loep nemen. Het werd uitgevoerd op een groep willekeurige wolven. Pas later werd er meer onderzoek gedaan naar wolvenroedels in het wild. Daaruit bleek dat wolven juist in families leven. Vader en moeder leiden de roedel, en de pups verlaten de groep wanneer ze oud genoeg zijn.

      Tijdens het onderzoek van Schenkel en Mech werden de wolven in een kleine ruimte gehouden met weinig voedsel. Hierdoor ontstonden logischerwijs conflicten, die niets met rangorde te maken hadden, maar eerder gericht waren op het bemachtigen van voedsel. Jaren later kwam diezelfde wolvenbioloog, Dr. L. David Mech, tot de conclusie dat de ouderdieren niet bezig waren met domineren van de anderen, maar juist met beschermen en verzorgen van de groep. Zelden werden conflicten met agressie opgelost (Mech, 2008). Mech kwam dus terug op zijn eerdere bevindingen en concludeerde dat de term “alfa-wolf” niet meer van toepassing was.

      Steeds meer onderzoeken bevestigden dat dit eerdere beeld van wolven niet overeenkwam met hun gedrag in het wild. Meerdere onderzoekers concludeerden dat de eerste studies niet representatief waren.

      Aangezien ook steeds meer onderzoeken aantonen dat er geen strikte hiërarchie bestaat in wolvenroedels (laat staan met agressieve handelingen), wordt het argument dat honden dit gedrag zouden vertonen, ontkracht (Van Kerkhove, 2004).

      En hoe zit het met wilde (straat)honden? Deze staan immers dichter bij onze huishonden. Ook daar blijkt uit onderzoek dat er weinig conflicten zijn die wijzen op een hiërarchische structuur. Wel is de groepsstructuur veranderd ten opzichte van de wolf, aangezien straathonden niet (meer) in families leven. Het gedrag van deze honden wordt meer verklaard door omstandigheden, leerervaringen en motivatie. De meeste interacties worden gekenmerkt door “kalmeringssignalen”, die het conflict moeten verminderen. Deze gedragingen zijn dus niet gericht op onderwerping aan een dominantere hond, maar bedoeld om de situatie te de-escaleren.

      Het woord ‘dominantie’ wordt in de meeste gevallen ook verkeerd gebruikt. Dominantie is namelijk een beschrijving van een onderlinge relatie (tussen twee individuen), en geen karakter- of gedragseigenschap. Deze relatie kan per context en tijd verschillen. Waar de ene hond zich op een bepaald moment een botje toe-eigent, hoeft dat op een ander moment niet zo te zijn.

      Bestaat dominantie dan wel? Zeker, maar het is geen doel op zich. Het is een beschrijving van de huidige verhouding tussen honden en/of mensen. En deze verhoudingen kunnen per moment en context verschillen.

      Kortom, uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de hond geen dominante plaats, noch dominante leiding nodig heeft of wil verkrijgen.

      hond speelt met andere hond, die op zijn rug ligt in de sneeuw

      Gedrag vs training

      Maar hoe zit het dan met gedrag dat we liever niet zien? Bijvoorbeeld grommen als de hond op de bank ligt? Of aan de lijn trekken? Of uitvallen aan de lijn? Of tegen je been aanrijden?

      Een onderzoek van Bradshaw uit 2009 onderzocht een groep van 19 honden in één huishouden. Hieruit bleek dat er op basis van hun interacties geen vaste hiërarchie kon worden vastgesteld. Wel waren er conflicten, die soms werden opgelost door kalmeringssignalen of door agressie. Dit gedrag is beter te verklaren met het concept van “Resource Holding Potential”: de motivatie om iets te krijgen of te behouden dat waarde heeft voor de hond. Een voorbeeld:

      Als een hond op de bank ligt, kan dat een zeer aangename plek zijn. Als hij hier graag wil blijven, kan hij gaan grommen om deze plek te behouden. Maar als hij minder gemotiveerd is, zal hij de plek zonder protest verlaten.

      Trekt de hond aan de lijn, dan heeft dat meestal te maken met een sterke motivatie om ergens heen te willen. De reden kan duidelijk zijn (een andere hond) of minder duidelijk (bijvoorbeeld weg willen uit een angstige situatie). Maar dit heeft niets te maken met dominantie of met het bepalen van de route.

      Zoals eerder besproken, is gedrag voornamelijk te verklaren vanuit emoties die de hond ervaart (Panksepp, 2005). Honden ervaren zeven basisemoties: verlangen/zoeken, woede, angst, lust, zorgzaamheid, paniek en spel/plezier. Deze emoties, gecombineerd met leerervaringen, vormen het gedrag dat we waarnemen.

      Bijvoorbeeld: een hond die gromt bij zijn etensbak. Via lichaamstaal kan worden vastgesteld dat hier vaak sprake is van angst, angst dat zijn voer wordt afgepakt. Als hij gromt en jij loopt achteruit, leert hij dat grommen werkt om zijn angst te doen afnemen. Als de buurvrouw langskomt en hij niet gromt, komt dat mogelijk doordat zij nog nooit zijn voerbak heeft weggehaald. Hij heeft dus geen negatieve ervaring met haar die angst oproept. Zo ontstaan twee verschillende reacties in dezelfde situatie, eerder geïnterpreteerd als pogingen tot dominantie, terwijl het verschil ligt in eerdere ervaringen.

      Binnen de dominantie-theorie wordt vaak gekozen voor een fysieke aanpak: een “alpha-rol”, een por in de zij of het vastklemmen van de hond. Valt een hond uit? Leg hem dan op zijn zij, om hem te “onderwerpen”. Helaas lijken deze handelingen op het eerste gezicht effectief.

      Daarom zien veel “trainers” dit als een snelle manier om ongewenst gedrag te corrigeren. Maar het tegenovergestelde is waar. Veel honden stoppen met het ongewenste gedrag uit angst voor de gevolgen, niet omdat ze het hebben afgeleerd. Ze ontwikkelen een toestand die “aangeleerde hulpeloosheid” heet, wat als een ernstige mentale aandoening wordt beschouwd. Ook kan de hond angstiger worden, waardoor hij juist gemotiveerder raakt om zijn voerbak te verdedigen. Dit verslechtert de relatie met de eigenaar. Willen we niet liever een hond die ons vertrouwt, respecteert, steunt en genegenheid toont? Dan moeten wij dit ook aan de hond geven. Respecteer zijn gedrag, emoties en behoeften, en steun hem waar nodig.

      Als we grommen corrigeren, is de kans groot dat de hond dit signaal overslaat en direct bijt. Dat maakt hem onvoorspelbaar en vergroot het risico dat hij in het asiel belandt.

      Door te kijken naar de onderliggende emotie en motivatie, kunnen andere, niet-fysieke technieken worden ingezet om de hond ander gedrag aan te leren. Dat kan wat langer duren, maar de band tussen hond en eigenaar wordt er sterker van, en het gewenste gedrag houdt langer stand.

    • Wat je hond écht zegt (en waarom dat zo belangrijk is)

      In de video kan je zien hoe gedrag van je hond eruitziet in de praktijk. Wat vaak minder zichtbaar is, maar minstens zo belangrijk, is wat eronder zit.

      Gedrag is namelijk nooit zomaar gedrag. Het is altijd een uiting van een emotie, en die emotie probeert jouw hond continu met je te communiceren.

      Honden praten de hele dag – zonder woorden

      Waar wij vooral communiceren met taal, doen honden dat bijna volledig via lichaamstaal. Sterker nog: het grootste deel van hun communicatie verloopt non-verbaal.

      Denk hierbij aan:

      • houding van het lichaam
      • stand van de oren
      • positie en beweging van de staart
      • spanning in spieren
      • blik en oogcontact

      Door deze signalen te combineren, laat een hond zien hoe hij zich voelt.

      Belangrijk: één signaal op zichzelf zegt weinig. Het gaat altijd om het totaalplaatje.

      Van subtiel naar duidelijk: de opbouw van gedrag

      Wat in de video vaak zichtbaar wordt, is het “eindgedrag”:

      • blaffen
      • grommen
      • uitvallen
      • trekken

      Maar dit gedrag komt zelden uit het niets.

      Daarvoor zit een hele opbouw van kleinere signalen:

      • wegkijken
      • spanning in het lichaam
      • langzamer bewegen
      • verstijven

      Veel van deze signalen zijn subtiel en worden daardoor gemist. Toch zijn ze cruciaal: ze geven je de kans om eerder in te grijpen en je hond te helpen.

      Gedrag dat wij als “plotseling” ervaren, is vaak het gevolg van signalen die we niet hebben gezien.

      Emotie als basis van gedrag

      Elke gedragsuiting komt voort uit een emotie, zoals:

      • onzekerheid
      • spanning
      • frustratie
      • opwinding

      Bijvoorbeeld:

      • Een hond die uitvalt → vaak spanning of onzekerheid
      • Een hond die druk gedrag vertoont → vaak opwinding of frustratie

      Door alleen het gedrag te corrigeren, verander je de emotie niet. En zonder die verandering komt het gedrag meestal terug.

      Waarom timing alles is

      In de video zie je waarschijnlijk momenten waarop het gedrag al zichtbaar is. Maar de echte winst zit ervoor.

      Het verschil tussen:

      • reageren na gedrag
      • begeleiden voor gedrag

      zit in:

      • het herkennen van signalen
      • het juiste moment van handelen

      Hoe eerder je inspeelt, hoe makkelijker het wordt voor je hond om ander gedrag te laten zien.

      Jouw invloed als eigenaar

      Wat vaak onderschat wordt: jouw gedrag heeft directe invloed op je hond.

      Denk aan:

      • spanning op de lijn
      • lichaamshouding
      • energie / emotie
      • verwachtingen

      Honden spiegelen ons gedrag. Als jij spanning voelt, is de kans groot dat je hond dat overneemt.

      Je bent dus niet alleen begeleider, maar onderdeel van de situatie.

      Kleine aanpassingen, groot resultaat

      Je hoeft vaak geen grote dingen te veranderen om verschil te maken. Kleine aanpassingen hebben al enorme impact, zoals:

      • meer afstand nemen van prikkels
      • beter moment van belonen kiezen
      • rustmomenten creëren
      • duidelijkheid en structuur bieden

      Dit zorgt ervoor dat je hond weer kan nadenken, in plaats van alleen reageren.

      Leren kijken in plaats van corrigeren

      De kern van deze les – en de video – is niet wat je moet doen, maar vooral hoe je leert kijken.

      Want zodra je:

      • signalen eerder ziet
      • emoties beter begrijpt
      • context leert lezen

      wordt trainen geen trucje meer, maar echte communicatie.

      Tot slot

      Je hond geeft de hele dag informatie.
      De vraag is niet of hij communiceer, maar of wij het zien.

      Hoe beter jij leert kijken, hoe makkelijker het wordt om je hond te begeleiden naar rustiger, stabieler gedrag.

    • De socialisatiefase van je pup: de basis voor een stabiele hond

      Wanneer je een jonge pup in huis haalt, betreed je een fascinerend en kritisch ontwikkelings­traject. De fase waarin je pup van de veilige nestomgeving overgaat naar de grote buitenwereld, de zogeheten socialisatiefase, bepaalt in grote mate hoe hij later als volwassen hond in het leven staat. Laten we even wat punten uitlichten, niet alleen wat je doet, maar hoe je het doet en welke valkuilen je best vermijdt.

      Wat is de socialisatiefase?

      De socialisatiefase is de periode waarin een pup leert wat ‘normaal’ is in zijn omgeving: welke mensen, dieren, geluiden, ondergronden, en situaties hij zal tegenkomen gedurende zijn leven als huishond.

      Omdat deze fase zich op jonge leeftijd afspeelt (veelal tussen ongeveer 3 en 12 weken, gevolgd door een tweede fase tot ongeveer 6 maanden) is het een venster van enorme kans én van risico.

      Alles wat de pup in deze periode leert, ervaart en meemaakt, zal hij in zijn latere leven als normaal beschouwen.

      Dus: wat je nu zaait, zul je later oogsten.

      Fases binnen de socialisatie

      Om het wat concreter te maken kun je de socialisatiefase grofweg in twee delen opsplitsen:

      1. Eerste socialisatiefase (≈ 3-12 weken): In deze fase is je pup bijzonder nieuwsgierig, onbevangen, en gevoelig voor nieuwe indrukken. Hij leert van mensen en andere dieren, van geluiden, van ondergronden, van allerlei prikkels. Het is dé tijd om een brede basis te leggen.
      1. Tweede socialisatiefase / Angstfase (≈ 12 weken tot ~6 maanden): Na het eerste venster komt vaak een periode waarin je pup minder vanzelfsprekend nieuwigheden omarmt, hij kan ineens angstiger reageren op zaken waar hij eerder onbevangen op af ging. Deze fase vraagt herhaling, geruststelling en goede begeleiding, omdat onverwerkte ervaringen nu blijvende invloed kunnen krijgen.

      Waarom is socialisatie zo belangrijk?

      Een goed gesocialiseerde pup zal later als volwassen hond beter kunnen omgaan met onverwachte situaties, mensen, andere honden, geluiden en veranderingen. Een slecht gesocialiseerde hond loopt grotere kans op problemen zoals angst, overprikkeling, agressie of teruggetrokken gedrag.

      Met andere woorden: de fundamenten voor een stabiele, zelfverzekerde hond worden in deze periode gelegd. Het is geen “leuk extraatje”, maar werkelijk een van de belangrijkste aspecten van opvoeding.

      Wat moet jouw pup in deze fase meemaken? En belangrijker nog, hoe?

      Er zijn veel lijstjes te vinden waar je je pup aan zou moeten blootstellen, maar het is belangrijker om de dingen die je doet zo goed mogelijk uit te voeren. Kwaliteit boven kwantiteit! Ga je niet vaak met de bus, bewaar dit voor later. Wanneer je hond een paar keer in een auto heeft gezeten en dat voelde vertrouwd, dan hoef je niet ook nog met de bus en de tram te gaan. Ga je wel vaker met de fiets, dan kan je hier alvast wat ervaringen in verzamelen. Wil je dat je hondje oke is met andere dieren, ga een keer naar de kinderboerderij. Maar je hoeft niet ook nog naar de manege, een hondenshow, de geitenboerderij, de lama farm en naar artis. Dat is misschien wat veel van het goede voor deze korte socialisatie periode.

      Over het algemeen vindt socialisatie al plaats op het moment dat je de deur uit stapt (of zelfs al binnen). Denk aan stofzuigen, borstelen, geluiden, visite, tv, alleen zijn, etc..  Allemaal te verwerken prikkels voor het nog ‘lege brein’ van jouw hondje.

      Hoe kun je dit het beste doen?

      Het beste is om elke socialisatie als een oefening te zien die je kan samenvatten als “ik hoef niks met….”. Dus:

      • Ik hoef niks met een deurbel
      • Ik hoef niks met een fietser
      • Ik hoef niks met een paard
      • Ik hoef niks met alle mensen op straat
      • Ik hoef niks met een hardloper
      • Ik hoef niks met een andere hond
      • Ik hoef niks met …….

      Even een voorbeeld zoals wij dit in onze puppycursus doen. Tijdens deze les is een paard aanwezig. Het doel is dat de leerervaring van de pups zal zijn dat ze niks met het paard hoeven. Je wil later immers dat je hond een paard gewoon voorbij kan lopen zonder te reageren, er achteraan te gaan of ernaar te blaffen.

      Tijdens onze socialisatieles  loopt  het paard rustig rond, begeleid door een trainer. De afstand tussen de pups en het paard is best groot. De pup kijkt misschien aandachtig, nieuwsgierig naar het grote dier. Hij beslist om even wat anders te doen, even lekker ergens te gaan snuffelen, zonder heel veel aandacht voor het paard. Top! Dit is de leerervaring “ik hoef niks met een paard”. Het paard is daar, maar je hond leert dat rustig ergens snuffelen tot de mogelijkheden behoort en hem niks geks gebeurt.
      Als de pup wel richting het paard loopt, in spanning of met opwinding, dan is de situatie te moeilijk en moeten we de afstand vergroten. Op een grotere afstand kan de pup waarschijnlijk weer verder met zijn eigen dingen en dat is precies wat we willen zien. Wat je ziet, is wat je krijgt.

      Forceer je pup dus niet om naar het paard te gaan, socialisatie en zich veilig voelen gaat op het tempo van de pup. Je pup geeft via zijn lichaamstaal aan hoe hij zich voelt en of de emotie neutraal blijft. Het is dus van groot belang veel te leren over lichaamstaal en alle stesssinalen die daarbij horen. Geef je hondje tijd en ruimte, op die manier kan het zelfvertrouwen groeien en zullen verschillende prikkels steeds meer en meer normaal worden.

      Pas op voor negatieve associaties!

      Veelal zien wij dat mensen willen dat de pup even kennis gaat maken met datgene waarmee gesocialiseerd moet worden. In de meeste gevallen is dat geen goed idee wanneer we niet 100% controle hebben over de prikkel.

      Als we met de pup te dicht bij het paard komen en het paard beweegt zijn grote hoofd naar beneden, of hij briest en maakt dus geluid, zou de pup kunnen schrikken en is er een negatieve associatie ontstaan in plaats van een positieve. Oppassen geblazen dus met prikkels die mogelijk een negatieve associatie kunnen geven, je weet maar nooit, ook al is het niet kwaad bedoeld van het paard. De pup zal in het geval van negatieve associaties hetgeen waar hij bang voor is willen wegblaffen en dus uitval/reactief gedrag gaan vertonen op latere leeftijd. Meestal starten dit soort gedragingen in de pubertijd.

      Als je iets niet vertrouwd of niet zeker weet wat er kan gebeuren, ga het dan uit de weg. Indien nodig kan je je pup optillen en weglopen. Angst wordt hier niet mee versterkt. Hier lees je meer over in het artikel over angst.

      Geef je pup tijd om alle opgedane indrukken voldoende te verwerken. Een dagje rust kan zeker geen kwaad. Pups hebben veel rust én hersteltijd nodig.

      Mogelijke valkuilen en hoe die te vermijden

      Laten we even kijken naar wat valkuilen.

      Valkuil

      Waarom is het een probleem?

      Wat kun je doen?

      Te laat beginnen

      Als je pas veel later begint met socialiseren, is het venster van maximale openheid al voorbij — wat je mist is moeilijk in te halen.

      Start direct zodra de pup bij jou is, en blijf ook in de tweede fase actief.

      Overvragen / overprikkelen

      Te veel nieuwe indrukken in één keer zorgen voor stress, en dan koppelt de pup “nieuw = eng”.

      Kijk goed naar je pup, lees zijn lichaamstaal en doseer de prikkels, afgewisseld met rustdagen.

      Negatieve eerste ervaringen

      Als een pup een traumatische ervaring opdoet (bijv. harde geluiden, agressieve hond) kan dat blijvend angst veroorzaken.

      Zorg dat ontmoetingen gecontroleerd zijn, begin op afstand, zorg voor positieve ondersteuning en beloning. Laat het niet aankomen op “we zien wel wat er gebeurd”.

      Geen herhaling in de angstfase

      Zelfs als iets in de eerste fase is geslaagd, kan dat in de angstfase alsnog afbrokkelen zonder herhaling.

      Blijf doorgaan met socialisatie, ook na 12 weken, letterlijk: herhaling is goud.

      Slechts ‘prikkels’ zonder context

      Gewoon geluiden of ondergronden laten zien is minder effectief als de pup er geen betekenis aan kan geven. Socialisatie gaat over relaties en gedrag.

      Zorg dat de ervaringen betekenisvol zijn: mens contact, hondentaal, spel, rustige beweging, etc. Kortom, ervaring is goed, uitkomst is nog beter. Kijkt de pup naar een paard en gaat dan iets anders doen, beloon dit!

      Te vroeg blootstellen aan risico’s (zoals veel vreemde honden) zonder veiligheid

      Om gezondheidsredenen of angst vermijden sommige baasjes contact met andere honden volledig inentingen. Dat lijkt veilig, maar vergroot sociaal risico later.

      Kies gecontroleerde ontmoetingen met goed gesocialiseerde honden, let op vaccinatie en gezondheidsstatus, en forceer niet.

      Spreek liever iets af dan naar een hondenveld te gaan. Hondenvelden zijn vaak druk en onvoorspelbaar.

      Tot slot: wat is de kern?

      De socialisatiefase van jouw pup is géén luxe of “als het uitkomt” onderdeel: het is het essentiële fundament van zijn latere welzijn, gedrag en levensstijl. Het gaat om bewust begeleiden, goede keuzes maken, en valkuilen herkennen.

      Als baas heb je de verantwoordelijkheid om deze fase tot een mooie ontdekkings­reis te maken in plaats van een stressvolle checklist die afgewerkt moet worden en waarbij je zoveel mogelijk plekken en prikkels wilt afvinken. Als je je bewust bent van de valkuilen, kun je ze vermijden zodat je pup later met vertrouwen, rust en zelfverzekerdheid de wereld in gaat.

      Als je iets niet vertrouwd of niet zeker weet wat er kan gebeuren, ga het dan uit de weg. Indien nodig kan je je pup optillen en weglopen. Angst wordt hier niet mee versterkt. Hier lees je meer over in het artikel over angst.

    • Het geven van medicatie aan je hond lijkt misschien iets kleins, maar voor veel honden (én eigenaren) kan dit behoorlijk spannend zijn. Pillen, druppels of zalfjes worden vaak pas geïntroduceerd op het moment dat het écht nodig is en dan staat er meteen druk op. Je hond voelt zich misschien al niet lekker, jij voelt stress, en voor je het weet wordt medicatie geven een worsteling.

      Door het toedienen van medicatie vooraf te oefenen, leer je je hond dat dit geen bedreigende situatie is. We werken aan voorspelbaarheid, vertrouwen en samenwerking, zodat medicatie geven zo rustig en veilig mogelijk verloopt. Niet door vast te houden of te forceren, maar door stap voor stap positieve associaties op te bouwen en goed te kijken naar wat jouw hond aankan.

      Op die manier voorkom je stress, escalatie en strijd en help je je hond juist op de momenten dat hij jou het hardst nodig heeft.

    • Stappenplan muilkorf aanleren

      Het op jonge leeftijd aanleren van een muilkorf kan veel voordelen hebben voor zowel hond als eigenaar wanneer het dier volwassen is. In dit stappenplan wordt de muilkorf op een diervriendelijke manier in kleine stappen aangeleerd, zodat dit proces voor zowel de hond als de eigenaar prettig verloopt.

      Houd er rekening mee dat het aanleren van iets nieuws tijd kost. Geduld is hierbij essentieel. Ga niet te snel en let goed op de signalen van je hond. Houd trainingssessies kort (maximaal 10 minuten), zeker bij jonge honden. Zorg daarnaast altijd voor een goed passende muilkorf.

      Stap 1: Muilkorf laten zien

      Laat de muilkorf zien aan je hond. Wanneer de hond eraan ruikt, geef je een voerbeloning. Herhaal dit een paar keer. Breng de muilkorf niet naar je hond toe, maar laat de hond zelf de keuze maken. Haal de muilkorf daarna weer weg.

      Stap 2: Muilkorf aanraken

      Laat de muilkorf opnieuw zien en kijk of de hond deze wil aanraken. Het aanraken levert een voerbeloning op. Gebruik eventueel ook je stem tijdens het belonen.

      Stap 3: Neus in de muilkorf steken

      Wanneer de hond de muilkorf aanraakt, houd je deze zo vast dat de hond zijn neus er een stukje in kan steken. Beloon dit direct, ook al is het maar een klein stukje.

      Stap 4: Alleen aanraken niet meer belonen

      Het alleen aanraken van de muilkorf wordt nu niet meer beloond. Hoe verder de hond zijn neus in de muilkorf steekt, hoe groter de beloning.

      Stap 5: Muilkorf voor de neus houden

      Houd de muilkorf voor de neus en nodig de hond uit om zijn neus erin te steken. Vergroot langzaam de afstand, zodat de hond bijvoorbeeld vanaf een meter afstand naar je toe komt om zijn neus in de muilkorf te steken.

      Stap 6: Neus in de muilkorf houden

      Laat de hond wennen aan het in de muilkorf houden van zijn neus. Begin met een paar seconden en bouw dit langzaam op. Beloon door voer via de opening van de muilkorf te geven.

      Stap 7: Bandjes vastmaken

      Wanneer de hond rustig blijft met zijn neus in de muilkorf, kun je kort de bandjes vastmaken. Beloon direct en maak de bandjes daarna weer los. Oefen het vastmaken eventueel eerst zonder hond.

      Stap 8: Muilkorf langer ophouden

      Als het vastmaken goed gaat, kun je de duur van het dragen verlengen. Let goed op de signalen van je hond. Probeert de hond de muilkorf af te doen? Neem dan een stap terug. Beloon rustig gedrag.

      Stap 9: Lopen met de muilkorf

      Ga een klein stukje lopen met de muilkorf om. Begin rustig en ga niet direct een lange wandeling maken. Bouw dit geleidelijk op, net als in de vorige stappen.


      Bron:
      Doggo.nl (2022). Leuke muilkorftraining in 9 simpele stappen.
      https://www.doggo.nl/artikelen/hondentraining/muilkorftraining-in-9-simpele-stappen/

    • Upload een video van één van de eerder uitgevoerde oefeningen wanneer je graag feedback wilt ontvangen.
      Let op: deze functie is alleen beschikbaar wanneer je bent ingelogd met een account.

    • Je hebt alle onderdelen bekeken (of snel doorheen gebladerd), dus je bent bij het eind van deze minicursus gekomen.

    • Door op de onderstaande link te klikken kom je bij onze cursusaanbod. Stuur ons gerust een mail als je meer informatie wilt hebben. 

  • Généralités

  • Theory (English)